Boek: “het karakter van katten”

budiansky

Waarom plassen katten zo graag op magnetrons en luidsprekers? Waarom is opvoeding via straf bijna onmogelijk? Waarom spinnen katten? Waarom geven de vrouwtjes de mannetjes een tik op hun neus na het paren?

In dit eerste wetenschappelijk verantwoorde boek voor een groot publiek brengt Budiansky de meest recente kennis over de herkomst, intelligentie, emoties en het karakter van katten samen. Het is het verhaal van het enige huisdier dat zich als een solitair wezen heeft geëvolueerd en daarom soms wat vreemde reacties vertoont op de menselijke omgeving waarin het dagelijks verkeert.

Stephen Budiansky is een van Amerika’s meest prominente wetenschapsjournalisten. Hij werkte als redacteur voor toonaangevende bladen als Nature, The Economist, Science en The New York Times. Hij schrijft nu voor The Atlantic Monthly. Van hem verschenen eerder De waarheid over honden en De aard van het paard.

Bron tekst: bol.com

Onderstaand een aantal stukken interessante tekst die ik uit het boek heb overgetypt. Ik kan u dit boek absoluut aanraden, het is leuk geschreven en vooral heel erg interessant. ~ Marieke van de Weijer

“In verhouding tot hun lichaamsgewicht hebben Europese wilde katten grotere hersenen dan huiskatten; in hun netvlies komen meer kegeltjes voor (dat zijn de zenuwcellen die verantwoordelijk zijn voor het kleuren zien); en ze hebben langere darmen dan Europese wilde katten, wat misschien een weerspiegeling is van hun aanpassing aan een afwisselender en minder carnivoor dieet (om voedingsstoffen uit plantaardig voedsel te halen heb je langere darmen nodig)”.

“Verwilderde gedomesticeerde katten leven dikwijls in groepen van een groot aantal wijfjes rondom een voedselbron zoals een koeienstal of vuilnisbelt. De wijfjes in zulke groepe brengen zelfs gezamenlijk hun jongen groot en zogen ook jongen van andere moeders. Wilde katten vertonen nooit dergelijk gedrag, ook Afrikaanse wilde katten niet, zelfs niet als er voedsel in overvloed aanwezig is. Het zijn uitgesproken solitaire dieren die uit de buurt van andere volwassen katten blijven.

Interessant is dat uit onderzoek blijkt dat de neiging tot sociaal gedrag van gedomesticeerde katten inderdaad erfelijk is, maar dan cultureel erfelijk, niet genetisch. Jonge katjes die in een sociale omgeving opgroeien en daardoor vanaf hun jeugd gewend raken aan de interactie met niet-verwante volwassen katten, houden die neiging hun hele leven; als volwassen kat gaan ze graag banden aan met andere volwassen katten. Katjes die uitsluitend door hun eigen moeder worden grootgebracht zonder contact met andere vreemden (katten of mensen) blijven ook als volwassen kat eenlingen”.

“Katten daarentegen vallen absoluut in het middelste patroon, waarbij wijfjes een solitair territorium verdedigen en de mannetjes het territorium van verscheidene wijfjes bestrijken.
Dit evolutionaire gegeven heeft een aantal consequenties. Eén daarvan is dat katten van meet af aan honkvast zijn. Honden gaan dolgraag overal heen, zolang ze maar in het gezelschap zijn van de vertrouwde leden van hun roedel. Katten blijven het liefst thuis en hebben bepaalde gewoonten die onmiskenbaar solitair zijn. Hoe gezellig en vriendelijk ze zijn tegenover andere katten en mensen , ze jagen altijd alleen”.

“Op dezelfde manier vormen urine en uitwerpselen van territoriale dieren een nauwkeurige informatiebron voor hun soortgenoten: zulke geurmerken geven aanwijzingen over de identiteit, sekse, dominantiepositie en cyclische fase van het dier dat de geur heeft achtergelaten, en in sommige gevallen valt er zelfs uit op te maken hoe lang het geleden is dat een dier dit punt passeerde”.

“Ook blijken katten tijdens het sproeien een opvallende geur aan de urine toe te voegen die anders ontbreekt (tijdens gewoon plassen – Marieke). Experimenten hebben aangetoond dat katten meer dan twee keer zoveel tijd besteden aan het besnuffelen van gesproeide urine dan aan gewone kattenpis.

…De buitengewoon karakteristieke geur van de urine die katers sproeien heeft men kunnen identificeren als het product van een aminozuur dat heel toepasselijk felinine is genoemd, een zwavelhoudende verbinding. Katachtigen zijn de enige dieren die deze stof in hun urine uitscheiden“.

Hebt u interesse om dit interessante en informatieve boek – met een schat aan informatie over katten – te bestellen? Doe dat dan via deze link van bol.com, dan krijgt Kattenzorg Nijmegen – zonder extra kosten voor u – een donatie!

http://en.wikipedia.org/wiki/Stephen_Budiansky

©en.wikipedia.org/wiki

Dier algemeen